Logo de Boshommel

Waarom kiezen voor inheemse en biologische tuinplanten?


De afgelopen jaren is de interesse in inheemse planten enorm toegenomen. Maar wat zijn inheemse planten eigenlijk? En wat is het verschil met biologische tuinplanten? Wat is het probleem met kunstmest? En zijn gecultiveerde planten nu slecht? Ik merkte in de tuinwinkel dat hier altijd veel verwarring over is en ik ga het je daarom zo goed mogelijk proberen uit te leggen:


Wat zijn inheemse planten?

Inheemse planten zijn planten die hier van nature voorkomen. Planten die hier sinds de laatste ijstijd op eigen kracht naar toe zijn gekomen via natuurlijke verspreiding. Denk aan verspreiding via zaden, sporen of worteluitlopers. Ook planten die voor 1500 door de mens naar ons land zijn gebracht noemen we inheems, want mensen nemen al sinds de eerste mensen zaden mee naar nieuwe gebieden. Zo hebben we bijvoorbeeld de korenbloem, klaproos, maar ook zevenblad te danken aan de Romeinen. Deze "geholpen planten" gedragen zich natuurlijk in ons landschap en deze subsoorten noem je archeofyten.


Inheemse planten komen dus al eeuwenlang voor in ons land en onze inheemse dieren zijn daar op aangepast. De planten groeien en bloeien bijvoorbeeld in een periode dat 'hun' beestjes ook actief zijn en sommige dieren zijn echte specialisten geworden. Ze zijn samen geevolueerd. Je ziet het vaak al aan hun naam. Je hebt bijvoorbeeld de knautiabij, een wilde bij die haar stuifmeel alleen bij het beemdkroon (knautia in het Latijn) haalt, de andoornschildwants eet graag van planten uit de andoorn-familie en de rupsen van de walstrospanner - een nachtvlinder - eten alleen walstro. Voor sommige inheemse diersoorten zijn inheemse planten dus van levensbelang voor hun voortbestaan.


Zijn niet-inheemse planten dan slecht?

Inheems is het beste voor de biodiversteit. Maar inheemse planten zijn wilde planten en zo gedragen ze zich vaak ook in je tuin. Ze zakken in na de bloei, hebben een grillige vorm en/of zaaien zich uit. Voor tuinen is daarom vaak het advies om inheemse planten te combineren met gecultiveerde planten. Gecultiveerd wil zeggen geselecteerd op bepaalde eigenschappen. Denk bijvoorbeeld aan een andere kleur, hoogte of bloeitijd. Sommige cultivars staan nog vrij dicht bij het wilde origineel en op die manier bedien je nog steeds een hele hoop beestjes. En sommige cultivars komen dan wel van andere delen in de wereld, maar kunnen alsnog een bron van nectar, stuifmeel of zaden zijn voor de minder specialistische beestjes. De toegevoegde waarde verschilt dus nogal per cultivar, maar vele zijn zeker niet waardeloos! Het is bij gecultiveerde planten wel belangrijk dat je kiest voor planten die een open bloem hebben (openbloemige dahlia's, tulpen en rozen bijvoorbeeld), zodat de beestjes wel bij het stuifmeel kunnen en dat ze niet steriel zijn (zoals een hortensia).


Uitzondering hierop zijn uiteraard de invasieve exoten. Dat zijn planten die hier niet vandaan komen en die het hier íets te veel naar hun zin hebben en onze inheemse planten verdringen. Denk bijvoorbeeld aan de Japanse duizendknoop en de Amerikaanse eik. Hier vind je meer informatie en een lijst met soorten.


Biologische tuinplanten

Mooie planten verkopen het beste en daar zijn we - op z'n zachtst gezegd - nogal in doorgeschoten. Tuinplanten in de meeste tuincentra zijn bespoten met bestrijdingsmiddelen om ze er perfect uit te laten zien. Daarbij zijn ze vaak ook nog gekweekt onder kunstmatige omstandigheden, geimporteerd van ver of opgejaagd om zo snel mogelijk te bloeien (lees: bloeien in een tijd dat ze van nature helemaal niet bloeien).


Al dit soort maatregelen voor een "perfecte" plant gaat altijd ten koste van iets. In de eerste plaats gaat het ten koste van onze natuur. Bestrijdingsmiddelen doden bijen, hommels en vlinders, zijn slecht voor het bodemleven en er komt steeds meer bewijs dat ook wij er ziek van worden. Daarnaast zijn opgejaagde planten niet heel weerbaar. Vaak hebben ze een zwak wortelgestel wat niet goed kan omgaan met de wisselende omstandigheden van ons klimaat.


'Biologisch' is een beschermde titel. Dat betekent dat je alleen maar mag zeggen dat iets 'biologisch' is op het moment dat dat getoetst is. In Nederland doet de Skal dit. De Skal controleert dat plantenkwekers geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruiken en dat er gekweekt wordt in biologische aarde. Er zijn nog meer voorwaarden, het is beste een streng label. Het bio label kun je herkennen aan het logo met het 'groene blaadje':






Het komt er eigenlijk op neer dat je op een natuurlijke manier je planten zaait, stekt of scheurt en geen chemische hulpmiddelen gebruikt. De meeste bio kwekers kweken hun planten in de buitenlucht en laten hun planten groeien op een natuurlijk tempo, waardoor je sterke planten krijgt, aangepast aan ons klimaat en met een goed wortelgestel. Goede wortels zijn de basis voor je plant en vergroten de kans dat je plant jarenlang jouw tuin blijft verrijken.

Nb. Niet alle plantenkwekers kiezen voor een label, ondanks dat hun kweekmethode wel past binnen het label. Soms vanwege bedrijfsvoering (werken met teeltpartners of het gebruik van wilde zaden bijv.), maar ook kosten of administratieve last spelen een rol. Vraag ernaar bij de kweker!


Hier vind je een overzicht van mijn favoriete duurzame kwekers en bedrijven.


Kunstmest en plantenvoeding

Planten hebben voedingsstoffen nodig. Stikstof, kalium en fosfor zijn de belangrijkste, al is de hoeveelheid per plantensoort erg verschillend. Plantenwortels hebben een samenwerking met het lokale bodemleven. Minuscule bacteriën en schimmels leven rondom de wortels en zorgen dat stoffen uit de bodem beschikbaar komen voor de plant om op te nemen. Deze organismen krijgen hier van de plant ook weer bepaalde stoffen of bescherming voor terug.


Kunstmest is daarentegen zo ontwikkeld dat er geen bodemleven meer nodig is, het is direct opneembaar voor de plant. Dat klinkt ideaal, maar het verstoort de samenwerking en verdringt het bodemleven. Het is een soort fastfood. Op de korte termijn levert het calorieën, maar op de langere termijn schaad het de gezondheid. Op het moment dat er namelijk minder of geen bodemleven rondom de wortels van planten leeft, is er ruimte voor ziekmakende organismen om zich daar te vestigen. Zie hier de noodzaak voor bestrijdingsmiddelen. Het is een soort vicieuze cirkel. Organische voedingsstoffen en compost hebben die samenwerking wel nodig om opgenomen te worden en die kun je daarom wel veilig gebruiken.


Welke planten kies ik nu voor een natuurvriendelijke tuin?

Samenvattend is dit je strijdplan:


  • Kies voor biologische tuinplanten of tuinplanten die onbespoten zijn.
  • Inheemse planten zijn het beste voor de biodiversiteit. Kijk eens bij streektuinen.nl of je misschien ook inheemse planten kunt toevoegen die passen bij de streek waar je woont.
  • Kies voor zo veel mogelijk groen en zo veel mogelijk variatie in planten. Variatie in bloeitijd bijvoorbeeld zorgt dat er op elk moment in het jaar wat te eten is in je tuin.
  • Kies openbloemige, niet steriele cultivars om je tuin structuur te geven en de bloeiboog te verlengen
  • Plant biologische bloembollen zodat je voldoende vroeg-bloeiende planten hebt
  • Kijk wat je planten nodig hebben qua voedingsstoffen (en of ze überhaupt extra nodig hebben) en gebruik organische plantenvoeding in plaats van kunstmest.


Wil je weten welke zeven stappen je kunt zetten voor meer biodiversiteit in je tuin? Klik dan hier!


Handige links:

Vlinderbescherming - Lijst nectarplanten voor dagvlinders

Vlinderbescherming - Lijst waardplanten voor rupsen

Bijenstichting - Lijst drachtplanten voor bijen

Crudythoeck - Lijst inheemse planten voor in de tuin

Streektuinen - Lijst inheemse planten per streek in Nederland